Vakantie 2026
Foto's

Een vakantie is geen vakantie zonder autorace, en normaal zit daar de 24 uur van Le Mans bij. In die Franse stad ben ik zo'n 20 keer geweest. Elke keer nam ik me voor om eens naar Tours te gaan. Tours ligt een uurtje rijden onder Le Mans. Dit jaar was het moment.
Tours is de stad waar Sint Maarten begraven ligt. Sint Maarten en Utrecht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De goede man deelde zijn rode mantel met een bedelaar. Hij scheurde hem af, en daaronder was zijn witte onderkleed zichtbaar. Vandaar dat het wapen van Utrecht rood-wit is. Maar de Sint Maarten is nooit, never, jamais of niemals in Utrecht geweest. Laat staan dat hij daar een mantel doormidden scheurde. Hij was buitengewoon reislustig, bezocht Hongarije en Italië. Maar de TGV bracht hem nooit op Utrecht Centraal. Hij was wel vaak in Tours. Hij overleed in 397 (na Christus) in Candes-Saint-Martin, zo'n 60 km van Tours. Hij werd drie dagen na zijn dood in Tours begraven.
Je ziet hieronder veel foto's, onder andere van de 24 uur van Le Mans 2026 en van de Basiliek waar Sint Maarten begraven ligt. En een foto van zijn grafkelder/tombe. Klik op de foto voor een vergroting of een voorstelling.
Naast Sint Maarten en de 24 uur van Le Mans 2026 was er verkoeling er aan de kust van Bretagne. Onder andere Carnac. Op Facebook zette ik bij de foto van Carnac een tekst, die door velen serieus werd genomen. Die tekst: Het was het jaar 1959 dat twee enthousiaste stripmakers de Menhir uitvonden. Een langwerpige steen, die je met gemak rechtop kan zetten. Goscinny & Uderzo lieten hun menhir meesjouwen door een dikke goedzak met een blauwwitte broek alsof het een tros bananen betrof.
Een jaar later zat in een nietig Bretons dorp een slimme ondernemer met een neus voor trends in het café. Hij dronk er met een bevriende aannemer een goed glas wijn. En nog één. Afijn je snapt het. “Die menhirs, dat kan wel eens wat worden”, mijmerde hij. Als alle fans van de strip op zoek zouden gaan naar de oorsprong van het verhaal, dan zou de ondernemer die bezoekers graag als toerist in zijn dorp ontvangen. Dat is handel.
“Als wij nou eens een paar menhirs hiernaast in het weiland zetten, wie weet komen al die fans dan bij ons op bezoek.” De aannemer schudde moedeloos het hoofd. “Een paar, dan moeten het er wel heel veel zijn, want voor een paar stenen kunnen die fans ook wel naar Drenthe, of zo.” De ondernemer werd alleen maar enthousiaster, veel stenen, goed plan. Maar hoe dan? “Gestapeld? Nee, dat hebben ze in Egypte. We zetten ze in nette rijtjes, dat heeft niemand.”
Twee jaar lang besteedde de aannemer en de ondernemer elk vrij uurtje aan het op een rij zetten van stenen. Anno 2026 komen er jaarlijks honderdduizenden toeristen naar Carnac. Om de Menhir te eren, om Goscinny & Uderzo te eren maar vooral als diepe buiging naar die dikke goedzak, met zijn blauwwitte broek: Obelix.
Tot zover de tekst die door velen serieus werd genomen. Ach ja. Carnac. Ga er zelf kijken en je leert dat het toch anders zit.
Dit zijn foto's van Marc van Rossum du Chattel. Gebruik van deze foto's, op welke manier dan ook, alleen na schriftelijke toestemming van de fotograaf.